Deze zomer was ik zwanger

Deze zomer was ik zwanger. Al zoveel over gepraat en getwijfeld, gaan we ervoor, voor een derde? Zetten we ons geluk niet op het spel met al twee gezonde kinderen? En een pleegkindje, is dat niet beter? Liefde op overschot.  Dan toch zwanger. Barbecues en Gentse Feesten zonder alcohol, mottig, slechtgezind, voor de derde keer, been there, done that.

Langzaam valt alles op zijn plaats. Drie kindjes, da’s mooi. Da’s waar Jan altijd van droomde. Da’s waar ik ooit van droomde (maar na 2 kinderen inclusief postnatale depressie was dat al heel wat geminderd). Da’s wat het moest zijn.

Oma’s die ons gek verklaren, “wij worden wel al oud hoor!”, vrienden die hopen op een dochtertje. Want na twee zonen moet toch wel een meisje komen. Wij die er ook wel aan denken, maar meteen ook, wat maakt het uit. Drie zonen, da’s megastoer. Drie Boontjes. Zes handen op een buik.
De boodschap op het werk vertellen, was wat moeilijker. Nog maar 6 maand in dienst, heel wat projecten op stapel, en o ja, ook nog gestart met een opleiding in avondonderwijs… Dan maar een extra tandje bijsteken, want vanaf maart ben ik er enkele maanden niet. Rusten doen we later wel.

“Amai, je ziet het al goed!” Mijn buik is er snel, na 10 weken valt het al niet meer te verbergen. We vertellen het dan ook maar meteen. Ook aan de jongens.
“Dan moeten wij een badje kopen hé mama, voor de baby. Want die kan niet in het grote bad.” De jongens beloven heel goed voor de baby te zorgen en hem alles te leren. Want die kunnen nog niet veel, baby’s. “Je bent zelf een baby!” “Nee, jij!!”
Op 12 weken – altijd toch een opluchting – krijgen we een grappige echo te zien, met een baby’tje met handjes in de nek. Ik laat hem trots aan iedereen zien. Hoewel snipverkouden en hondsmoe, ga ik toch mee op vriendinnenweekend naar Cap-gris-nez. Na 1 dag keer ik terug. Te moe.
Op 17 weken gaan we terug voor een controle. Misschien weten we het geslacht? Spannend. Superspannend. De gynaecoloog stuurt ons eerst terug naar huis, want ze moest weg voor een bevalling. Pas om half 10 mogen we terugkomen. “Voor 21 maart was dat hé. We gaan er niet veel spel van maken zeker? Leg u maar klaar.” Mijn gynaecoloog, kordaat en nuchter als altijd.
Jan houdt mijn hand vast. Na zoveel prenatale controles weten we ongeveer wat er komt. Wij samen, dat baby’tje in mijn buik, we kunnen de wereld aan.

Stilte.
“Ik heb denk ik niet zo’n goed nieuws.”
Wat? Wat is er? Wat is er!?
“Het baby’tje is overleden.”
Alles wordt zwart.
Ik hoor mezelf schreeuwen. Dat kan niet, dat mag niet. Niet ik. Niet wij.
“Je gaat moeten bevallen, Annelies.”

Mijn lichaam neemt het over. “Mama? Het is dood.” Ik bel op automatische piloot naar mijn moeder. Ik voel alleen verdriet. Tranen. Met ons zoontje nog in mij zweven we 2 dagen tussen rouw, pijn en mekaar troosten. Op 15.10.2015 beval ik op de kraamafdeling na enkele uren weeën en met epidurale verdoving van ons derde zoontje. Hij ligt bij ons, we geven hem streeltjes. Hij hoort bij ons.

L. en C. komen terug naar huis. “De baby is eruit hé! Ik wist het, bij C. moest ik dan ook bij oma en opa slapen.” Dat het baby’tje niet sterk genoeg was, en dat we nu verdrietig zijn. “Was het geen goede baby?” Toch wel, schatje, toch wel.  Tot aan de crematie vluchten we enkele dagen naar zee. We bouwen drie reusachtige zandkastelen. We koesteren wat we hebben. We hebben veel. Maar altijd iets dat ontbreekt.

Boven De Wolken is afhankelijk van giften.
Ondersteun hun werking:

Close
Close

Inloggen

Close

Cart (0)

Cart is empty No products in the cart.