Manuel⭐

Mijn partner en ik hadden het al een tijdje over wanneer we al dan niet voor ons eerste kindje wilde gaan. Aangezien we al sinds de middelbare school samen zijn, ook al een tijd samenwoonden met een lieve hond en alle twee een vaste baan hebben, hadden we beide het gevoel dat een kind het plaatje compleet zou maken. Eigenlijk hadden we nog een grote reis door de Verenigde Staten gepland die we wilde maken voordat we ouders zouden worden, iets om af te strepen op onze bucket-list. Toen Corona om de hoek kwam kijken waren we genoodzaakt om deze reis te annuleren, en al gauw beseften we dat deze ook de komende tijd niet zou kunnen doorgaan. In december 2020 besloten we niet langer te wachten en ervoor te gaan.

Een half jaar later, op 13 juni 2021, had ik een positieve test in mijn handen. Wat waren we blij! Na die eerste spannende maanden waarin je het nog tegen bijna niemand vertelt, een goede NIPT-test en daarna ook een goede 20-weken echo dachten we opgelucht te kunnen ademhalen. Elke echo, zelfs tot aan 30 weken, zag er helemaal goed uit. We genoten ten volste van de zwangerschap; we deden tóch een gender-reveal terwijl we dat eerst stom vonden, ik deed een zwangerschapsshoot waar ik achteraf ook heel blij mee was, we keken vol bewondering naar de 3D-echo van ons kleine mannetje en ik had een superleuke babyshower. De voorbereidingen waren ook in volle gang. De bovenverdieping werd druk geverfd en voorzien van nieuwe vloeren, de stapel kleding, speelgoed en verzorgingsspullen werd steeds groter, en de kinderwagen en het autostoeltje stonden klaar. Met kerst hadden we zelfs nog allerlei leuke spullen gekregen en iedereen keek uit naar de komst van ons kleintje. Het kwam nu echt dichtbij!

Tot 28 december 2022, ik was 32 weken zwanger. De nacht ervoor had ik me al zorgen liggen maken in bed omdat ik onze kleine man in eerste instantie niet voelde bewegen toen ik ging liggen, terwijl hij dan normaal altijd zo actief was. Ik herinnerde me het advies van de vroedvrouw en at een koek, waarna ik op mijn linkerzijde ging liggen, in een poging zijn schopjes te kunnen voelen. Het duurde lang en ik begon zenuwachtig te worden, maar na een uurtje begon hij gelukkig te trappelen, waarna ik rustig ben gaan slapen. De dag erna was hij weer erg rustig dus besloot ik het ziekenhuis te bellen en ik mocht langskomen ter controle. Zijn hartslagje was op dat moment nog goed. Wat rustig, zei de vroedvrouw, maar het kon zijn dat hij aan het slapen was of te maken hebben met het feit dat ik die dag weinig gegeten had. Ze gaven me wat druivensuiker en daar reageerde hij op. Er werd bloedgeprikt en ik moest urine inleveren. Hierin waren wel wat tekenen te zien van wellicht een beginnende zwangerschapsvergifiging, maar niks ernstigs. Ik mocht dus de volgende dag terugkomen voor nog een controle, tenzij ik de baby die avond ook niet voelde, dan moest ik diezelfde avond nog terugkomen. ’s Avonds voelde zowel ik als mijn partner nog wat schopjes, dus gingen we de volgende dag terug. 29 december kwamen we terug in het ziekenhuis en werd ik door de stagiair-vroedvrouw aan de monitor gelegd om zijn hartslag te meten . Ze zocht, maar kon nog niks vinden. Op dat moment maakte ik me nog niet al te druk; de stagiair was er wellicht nog niet zo bedreven in en kon daarom misschien niks vinden, dacht ik. Er werd een andere vroedvrouw bijgehaald. Ze zochten en zochten, maar het bleef stil. Ik kreeg het benauwd en begon te huilen. “Is het normaal dat het zolang duurt voordat jullie iets vinden?” vroeg ik. “Weet ik niet”, kreeg ik te horen van de stagiair. De vroedvrouw keek niet gerust en zei dat ze de gynaecoloog ging bellen. Ik begon in paniek te raken en vreesde al het ergste. De gynaecoloog kwam erbij en zetten de echo aan. Het was een momentje stil en toen zei ze, “nee, niks …”. Dat moment en die woorden hebben zich de afgelopen maanden vaak in mijn hoofd afgespeeld. We kregen te horen dat er ook helemaal geen vruchtwater meer was, terwijl mijn vliezen niet waren gebroken. De grond zakte volledig onder onze voeten weg. We konden het niet geloven en ik vroeg nog “Kunnen jullie hem niet proberen te halen met een keizersnede?”. Niks was meer mogelijk. Ik barstte in huilen uit en mijn partner was compleet in shock.

De dagen en weken die daarop volgde waren de moeilijkste uit ons leven. Van het vertellen van het vreselijke nieuws aan familie en vrienden, tot de bevalling die ingeleid moest worden en de verschrikkelijke stilte na de geboorte, het afscheid nemen van ons kindje, thuiskomen op oudjaarsavond en het contrast tussen ons verdriet en de feestelijke sfeer, alle babyspullen die klaarstonden weer moeten opruimen en elke dag weer wakker worden met het besef dat ons kleine mannetje er niet meer is.

Na allerlei onderzoeken is er nog steeds geen zekerheid over wat er precies gebeurt is. Het vermoeden is dat de navelstreng ergens bekneld heeft gezeten, waardoor hij zuurstoftekort had en het vruchtwater niet meer heeft kunnen uitplassen. De beginnende zwangerschapsvergiftiging had er waarschijnlijk niks mee te maken. Pure pech dus, en iets dat niemand had kunnen zien aankomen. We zullen waarschijnlijk nooit precies weten wat er gebeurt is en blijven dus altijd met vragen zitten als “Wat als ze hem de 28ste gehaald hadden? Had hij dan gered kunnen worden?”. We zullen het nooit weten.

Onze lieve kleine Manuel, wat hadden we je graag mee naar huis genomen en wat hadden we je veel liefde gegeven. Je was zo ontzettend welkom en vanaf het begin al zo geliefd. We kunnen het nog steeds eigenlijk niet geloven, en willen het eigenlijk ook niet geloven. Jij blijft voor altijd ons eerste kindje. We zullen je nooit vergeten en voor altijd van je houden.

 

Gedicht “Redenen dat ik huil”:

Ik huil om de kinderwagen, zo leeg in de hoek.
Ik huil bij de aanblik van mijn zwangerschapsboek.

Ik huil om de zwangerschapskleding die hangt in de kast,
Ik huil om jouw foto, wat had ik je graag nog eens vast.

Ik huil om jouw kleertjes, zo lief en zo klein,
Ik huil om het geluk dat er niet mocht zijn.

Ik huil omdat mijn partner zoveel verdriet heeft,
Ik huil omdat ik het verschrikkelijk vind dat jij niet meer leeft.

Ik huil als ik een bevalling zie op tv,
Ik huil, en iedereen huilt met me mee.

Ik huil en soms weet ik niet goed waarom,
Ik huil, en vind alles en iedereen stom.

Ik huil als ik wakker word en wanneer ik opsta,
Ik huil als de dag voorbij is en ik slapen ga.

Ik huil totdat mijn tranen op lijken te zijn,
Ik huil en begin weer opnieuw, het doet zoveel pijn.

Ik huil als ik iemand zie die wel kinderen heeft,
Ik huil als iemand mij een dikke knuffel geeft.

Ik huil als iemand vraagt hoe het met me gaat,
Ik huil om het autostoeltje dat leeg in de woonkamer staat.

Ik huil en soms gaat het even goed,
Ik huil omdat ik niet weet hoe ik verder moet.

Ik huil om een zwangerschap die niet meer is,
Maar ik huil het meest omdat ik je zo verschrikkelijk mis.

 

Boven De Wolken is afhankelijk van giften.
Ondersteun hun werking:

Close
Close

Inloggen

Close

Cart (0)

Cart is empty No products in the cart.